blog /

De buurtcamping.

In 2013 bedacht Roderik Schaepman het concept “de buurtcamping”. Stadsparken die in de zomerperiode voor een paar dagen omgetoverd zouden worden in een camping voor buurtbewoners. Vond dus net weer plaats in aantal parken met hulp van een hoop vrijwilligers en enthousiastelingen.

Voor mensen die niet zo makkelijk op vakantie kunnen gaan en bewoners die andere buurtbewoners willen leren kennen. Zo werd vanuit een team van vrijwilligers eerst gestart met een paar parken in Amsterdam en wordt het initiatief nu breed gedragen en spreidt het zich langzaam uit naar andere steden en lijkt het merk en fenomeen “de buurtcamping” nu definitief en breed gedragen door te breken. Behalve dat ik alle jaren tot nu de foto’s voor de posters en verder publiciteit heb gemaakt, heb ik er vorige zomer ook gestaan met mijn tent.

Een gezellig weekend met spectaculaire storm. Die wel zorgde voor een flinke scheur in mijn tent die hopelijk weer gerepareerd is voor de grote vakantie! Zie daarin hoe de storm raasde en het bewijs dat ik er bij was in het filmpje hieronder waar ik rechts in de leger tent in de yoga klas zit. buurtcamping link Komende zomer is de “de buurtcamping” naast in Amsterdam en Utrecht nu ook in Tilburg, Eindhoven en Haarlem.

Buiten Roderik’s bedrijfje R&D dept. is hij actief op vele vlakken en initiatieven, last but not least zijn documentaire over de zijn depressieve vader, waarmee hij op een heel persoonlijke manier aandacht vraagt voor het onderwerp “depressiviteit” en het taboe daarop bespreekbaar maakt. Al lang liep hij rond met het idee om deze documentaire te maken, probeerde het zelf te gaan filmen, maar alles kwam pas in een stroomversnelling toen filmmaker Rogier Timmermans hem te hulp schoot. Het resultaat is een ontroerend document met tot slot een hernieuwde verbinding tussen het uiteengevallen gezin. Hoe geweldig is het om je meest kwetsbare kant onder ogen te zien en een film erover te maken.

Prachtig document dus kijken maar naar:  Ver van Daan.

Robby Müller.

In Eye, het filmmuseum nu een tentoonstelling over Robby Müller: DOP (director of photography). Ik herinner me nog dat ik lang geleden “stranger than paradise” voor het eerst zag en al gefascineerd was. Wat een heerlijke beelden heeft deze man gemaakt. Deze Robby Müller veel met Wim Wenders gewerkt en het is goed te zien dat ze beide fan waren van Edward Hopper. Geweldig om te zien hoe fotografisch veel beelden zijn en met smaak en sfeer gemaakt, met gebruikmaking van opvallende kleur elementen, lege ruimtes en spannende composities. Dus een absolute aanrader te gaan zien!

This slideshow requires JavaScript.

Mijn eigen puber.

Mijn puber belt mij op van zijn logeeradres in Schagen of ik hem niet even op wil halen. Ik zeg dat ik daar geen tijd voor heb.  Meteen reageert hij geprikkeld en ik probeer uit te vinden wat er aan de hand is. Ik informeer naar OV-chip, heeft hij geen saldo, kan hij even geld lenen daar, maar hij onderbreekt me: “ja halloooo, ik zit niet in Schagen om met jou te bellen, hoor” en verbreekt de verbinding om zijn moeder maar te gaan bellen over hetzelfde.

Wat is de puberbrein toch een exotisch en wonderlijke verschijnsel.  Misschien voor mij ook zo far out, omdat ik ben groot gebracht met de na-oorlogse zuinige en hardwerkende mentaliteit. Iets wat plaats gemaakt geeft voor “het kan niet op gevoel” en “het komt wel vanzelf” gevoel die mijn puber lijkt te hebben. “Pap, die kinderbijslag die jullie krijgen hè, die is eigenlijk van mij hoor” .

Dan maar eens even een journalistieke serie gemaakt over wat het betekent als je puber wel zin heeft in een ontbijt, een snack of en nachtlijk dineetje. Alles met de Iphone geschoten en geheel zonder ingrijpen, ordening en styling.

En kijk beslist even naar dit filmpje over de overgang van tiener naar puber. HILARISCH voor elke puber kenner!

Of google “Youtube Kevin the teenager” voor een feest van herkenning!

 

 

Scheepjeswol.

Voor een ouderwets merk, het Nederlandse merk Scheepjeswol maakt Marita Janssen een kruising Scheepjeswoltussen magazine  en book; een bookazine met de naam ‘Yarn” met nieuwe look en nieuwe ideeën.
Met de zee als bron van inspiratie is de eerste editie van dit halfjaarlijkse te verschijnen bookazine een feit. Zwierig zeewier en golvende patronen, de zee weerspiegelt in kleur en vorm. Het bevat mooie en duidelijk te volgen patronen voor haken, breien en macramé van diverse ontwerpsters; de Seaweed Shawl van Annelies Baes (Vicarno), de Aquarel Blanket van Atty  van Norel (Atty’s) en de gebreide Waves van Bernadette Ambergen (Berniolie) en nog veel meer. Naast patronen is het bookazine ook gevuld met inspirerende artikelen zoals een artikel over kunstenaar en schilder Marcel Schellekens die ik voor deze “Yarn” fotografeerde.

Schellekens laat met zijn werk zien dat eenvoudige dingen mooi kunnen zijn. Je wordt geraakt door de charme van alledaagse onderwerpen. Hij is geïnspireerd door strand, zee en de bijpassend luchten die vaak als thema in zijn werk terug keren.

Motor tour-tocht.

Voor het motorblad Grip van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging maakte ik foto’s van de tourtochten die verschillende plaatselijk motorrijdersverenigingen samenstellen. Ik maakte de opname met het slootje van de zogenaamde Tulpenrit in het de kop van Noord-Holland. De andere opname was van de zogenaamde Zomerrit die je van de rand van de Veluwe naar het zuiden leidt richting rivieren gebied en deze opname is dus ook genomen in de uiterwaarden van de Nederrijn.

art directie door Marc van Meurs.

Heineken.

Voor Heineken maakte ik opnamen van Christian Karembeu, oud speler van Real Madrid ten behoeve vanHeinekenLineup de introductie campagne voor een nieuwe thuis-tap: “The Sub” (Submarine). Deze Sub wordt gevuld door een “Torp” (Torpedo), een patroon met  2 liter bier die in een aantal soorten bier verkrijgbaar is. Als sponsor van de Champions League lanceert Heineken een tal van activiteiten rond de CL wedstrijden en zo ook deze introductie van de biertap . Een campagne gemaakt voor DDB Tribal met art director Leo van Os en creative director Stephen Joss.

Vodafone smartjacket.

NVodafone035

Eén derde van de Amsterdammers gebruikt volgens onderzoek van Vodafone, de Fietsersbond en marktonderzoekbureau Gfk hun smartphone op de fiets. Ruim de helft daarvan zegt daardoor regelmatig in gevaarlijke situaties terecht te komen.

Om aandacht te vragen voor die gevaarlijke situaties die ontstaan bij gebruik van je mobiel op de fiets ontwikkelde Vodafone en de fietsersbond de “Smartjacket”. Een ja met in de mouwen en op de rug een serie ledlichtjes. Verbonden aan een route planner geeft de mouw aan waar je naar toe moet, geeft een pijl op je rug aan voor het achterliggend verkeer waar je afslaat en als je duim opsteekt verschijnt er een smiley op je rug om iemand te bedanken bij vriendelijk gedrag.

Het is allemaal nog maar een concept en nog maar de vraag is of hij op de markt komt. Vodafone heeft de jas vooral ontwikkeld om aandacht te vragen voor veilig gebruik van de smartphone in het verkeer en om een blik in de toekomst te werpen.

Vodafone201

Ik fotografeerde voor DDB/Tribal Amsterdam bij het filmpje geregisseerd dat regisseur Kay Lindhout maakte voor creatieven Joris Tol en Gijs Sluijters.

SmartJacketFilmpje

Reflecterende kleding op de motor.

Het risico op letselschade ligt voor een motorrijder tot 25 keer hoger dan bij auto-inzittenden. Bijna 1 op de 10 verkeersdoden (2014) was een motorrijder en dat vind ik toch wel een schokkend getal. Wat feiten:

  •  grootste oorzaak motorongevallen is botsing met auto (50%)
  •  in de meeste gevallen ziet de automobilist de motorrijder over het hoofd
  •  meest voorkomend is het aanrijden van een tegemoetkomende motorrijder bij het afslaan naar links
  • oorzaak is daarbij over het hoofd zien door slechte zichtbaarheid en laag verwachtingspatroon
  • slechte zichtbaarheid komt door klein frontaal oppervlak en één koplamp, waardoor snelheid slecht ingeschat kan worden (rijden met grootlicht maakt dat nog erger, je bent dan één lichtvlek zonder contour)

Dus de zichtbaarheid gaan vergroten! Dan barst de discussie los over esthetiek (stoere zwarte lederen pakken), zichtbaarheid s’avonds (reflecterend) en zichtbaarheid in zon licht (wellicht zwart). Zoals altijd zal de waarheid in het midden liggen en zou je dus idealiter je outfit aan moeten passen aan de omstandigheden. Niet altijd praktisch.

Daarnaast denk ik dat je het veilig rijden, het veel beter inschatten van je risico’s en eigen rol daarin serieuzer zou moeten nemen. Natuurlijk ben ik zelf geen perfecte rijden, maar ben door een zware cursus wel veel bewuster en kritscher gaan rijden. Waarbij ik niet meer passief rij, maar continue de risico’s om mij heen analyseer en er op anticipeer. In het begin doodvermoeiend, maar op een geven moment nog leuk ook!

Ter illustratie van een artikel over de zichtbaarheid van motorrijders in het motorblad Grip, maakte ik in onderstaande opname.

Art direction: Marc van Meurs.

Museum De Pont in Tilburg.

In De Pont in Tilburg de expositie “Work Horse” door Charlotte Dumas.

Paarden die ogenschijnlijk niet bewust van fotograaf en camera staan te staan. Paard meestal prominent in beeld en je kan spreken van een soort portret. Soms is  landschap wat meer aanwezig en soms meer paard. Paard en omgeving vormen een natuurlijk geheel en stralen rust uit. Het lijkt alsof Charlotte vanuit een camouflage tentje de boel bekijkt en het paard observeert en om het niet te storen in zijn natuurlijke habitat. De foto’s zijn zacht van tint, doortekend qua tonen en gedrukt op mat papier, terloops opgehangen met met twee clipjes van kantoorboekhandel en die weer terloops hangend aan een in de muur geprikte speld.

© Charlotte Dumas uit expositie in “De Pont” in Tilburg. Zie ook interview

Het beeld is zo rustig en bijna voorspelbaar terloops, dat ik er moeite mee heb én het tegelijker tijd knap vind. Is dit een “lucky shot”? Nee, er hangen hier gewoon te veel van. Het maakt iets in me los, want ik heb moeite met de ongedwongenheid. Alles ademt uit dat het beeld niet geregisseerd of gestileerd is en dát is meteen ook de kracht en wel zo praktisch als het om een dier gaat

Het tegenovergestelde doet fotograaf Gregory Crewdson. Hij is de meester in de maakbaarheid van het beeld en dat tot in de puntje styleren. Hij werkt zijn ideeën tot in detail uit en schiet de plaat alsof hij coca-cola commercial opneemt: met een flinke crew, filmlicht, styling, rookmachines, sproei-voertuigen om wegen nat te maken, etc, etc. Én met budget.

This slideshow requires JavaScript.

© Gregory Crewdson uit boek “Beneath the roses“. Zie ook trailer van documentaire of deze reportage

Hij schiet op 8×10 inch technische camera en het resultaat is dan uiteindelijk ook “gelikt” met een uitgekiend oog voor detail. Van concept, productie, uitvoering en presentatie wordt alles uitgedacht en met griezelige precisie uitgewerkt. Niets toeval en weinig natuurlijk.  Ik vind zijn werk geweldig, maar de overgestileerdheid neigt soms naar commercieel en onnatuurlijk.

De gecreëerde beelden van Crewdson, waar niets aan het toeval is overgelaten vormen een schril contract met de ongedwongen foto’s van Dumas, waar bijna alles aan toeval onderhevig lijkt. Is beeld zoeken minder maakbaar dan het beeld creëren? Je kan een voorkeur hebben als het er duimendik op ligt, maar als je gaat twijfelen wordt het interessant.

Ik loop verder in De Pont en zie dat ze in de vaste collectie ook werk van Esko Männikkö hebben opgenomen, die ik net EskoMännikkö6 de week daarvoor in Huis Marseille had bekeken. Deze Finse fotograaf lijkt bij de school van Dumas te horen, want de onderwerpen zijn doodsimpel en  alledaags: plaatjes gevonden op, zoals hij het zelf noemt, “zijn jacht naar foto’s”. Ogenschijnlijk makkelijk genomen foto’s zonder ingrijpen en ongedwongen, maar ho: is dat wel zo? Want door de chaos van Finse rariteiten, zie je ook een ijzersterke composite. Een oog dat lijkt te scannen naar de simplificatie van het alledaagse, opzoek naar een heerlijk lijnenspel en vlakverdeling als ode aan het Finse platteland. De uitsnedes en close-up’s zijn duidelijk als symbolen: krachtig van lijn met mooie kleurcombinaties. Maar zie ook opnames die ingewikkelder zijn: het interieur van Finse (poppen)huisjes met tot groot vermaak daar de plaatselijke bewoners als een potsierlijke folkloristische accent.

De foto van het feestje waar iedereen een rode puntmuts op heeft, fascineert me. Het lijkt geen geënsceneerd beeld en een rommeltje maar toch klopt er iets te veel: de ruimte is spannend aangesneden, de compositie één van de gulden snede, waarbij een lijn van rode puntmutsen een horizon maakt net onder het midden en de tafel met daarop weer de rode thermoskan precies op 1/3 van rechts en van onder zit, om zo precies goed te staan volgens de compositie leer van de gulden snede.  Het verhaal vindt dan ook plaats rond dit middelpunt en de hele linker 2/3 helft is dan rustiger met uitzonderling van de twee mannen die daar precies in hun rol op de tweede rang zitten en dus ook in de compositie de tweede linie vormen. Je aandacht gaat dan eerst via de tafel naar de twee die iets te amicaal lol hebben met elkaar, dan naar de tweede rang waar de waarschijnlijke vriend van het meisje al een poosje zich zit te irriteren. Zijn schouders en zijn blik spreken boekdelen en vertellen je een verhaal. Om dan nog even naar de derde rang te gaan naar de man die op een luchtige manier nog probeerde de aandacht van de vriend af te leiden, maar dat net opgaf en berust in een afwachtende houding.

Is dit echt of maak ik het ervan, is het geënsceneerd of is de plaat “gevonden”?

 © Esko Männikkö uit tentoonstelling ” en boek “Time Flies”. Zie interview!

Crewdson maakt zijn hele plaat, hij staat stil en de rest wordt opgebouwd, Dumas laat het onderwerp met rust en loopt daar heel rustig omheen, geduldig en afwachtend. Zij past de achtergrond aan louter en alleen door een standpunt te kiezen en te wachten op het goeie moment, Månnikkö loopt als een jager rond om daar stukjes uit te isoleren en tot compositie te vermaken in kleur en vorm.

Of een beeld geënsceneerd is hoeft voor het beeld niet belangrijk te zijn, maar toch intrigeert het de kijker: was dit er zo? Is hier in gegrepen? Is dit echt gebeurd? Bij een persfoto is het duidelijk: dit moet wel echt zijn. Maar éénmaal in een lijstje op een galerie muur start de verwondering:  is dit echt? Signalen zoals over-gestylieerdheid kunnen alarmbellen laten afgaan: “Deze foto is te mooi, dat kan niet waar zijn” of “Dit is niet echt gebeurd, dit kan helemaal niet”. Crewdson en Dumas zijn hier uiterste in.

Een fotograaf die hier tussen zit is Joel Sternfeld. Zijn foto’s zijn ongedwongen, maar gemaakt met technische camera en lijken gestyleerd, mooi van compositie, van statief genomen, dus toch redelijk statisch. Op mijn favoriete opname lijkt het dat hij haast had het moment te pakken. Maar juist dat maakt de opname juist ook echt. Het is een moment dat Crewdson bedacht had kunnen hebben of iets om in photoshop te gaan samenstellen.

This slideshow requires JavaScript.

 © Joel Sternfeld uit boek “American prospects“. Aanbevolen artikel van Eric Kim!

 Een brandweerman die een pompoen staat uit te zoeken, terwijl zijn maten het huis van de boer blussen, een olifant die midden op de weg bezweken is en de hulpdiensten arriveren, een aardverschuiving waarbij een auto mee naar beneden is gesleept in een perfecte compositie.

Kan een fotograaf zich op die scheidslijn begeven tussen los uit de hand en helemaal naar je hand gezet, tussen toevallig geschoten en shoot georganiseerd, tussen technisch perfect en per ongeluk best leuk? Heeft de fotograaf de toevalligheden uitgesloten of is er slechts sprake van Goddelijk Toeval? Inmiddels ben ik er na wat speurwerk achter dat er toch sprake is van organiseren, want het blijkt hier om een oefening van de brandweer te gaan!

Verder lopend in De Pont hangt werk van een fotograaf die een aardig eind in de richting komt. Ik raak in verwarring: is dit geënsceneerd of uit de hand? Het is de Amerikaanse fotograaf Philip-Lorco diCorcia. Mijn favoriete foto is uit de serie “East of Eden”, een serie met een goed concept over de zondeval. Je ziet op deze opname een bergachtig landschap met een rivier, met tegenlicht een dramatisch afgetekende boom in een prachttig compositie van zand/gras/bergen/lucht, waarbij allerlei details als toefje op de taart zijn toegevoegd: het randje onderin het zand dat even donkerder wordt, het water dat net wordt opgelicht door het tegenlicht, de dramatische boom waarvan de takken high-lights pakken, het weggetje dat net niet in het midden nog mooi weg loopt in de verte en dan staat daar die piepkleine doch griezelig goed gemaakte speelgoed cowboy te paard. Is die wel echt? Hij ziet er uit als een uitgekiende Marlboro man; zo mooi met prachtig lichtje in de perfecte stand. Hoe kan zo’n klein element, de hele foto zo’n andere draai geven en zo’n stempel drukken op deze plaat; alsof de 2% oppervlak van de plaat een zwart gat is dat alle aandacht naar zich toe trekt. Hou voor de grap eens je vinger op het paard en aanschouw wat een impact het heeft dat elementje weg te laten!

© Philip-Lorco diCorcia, uit serie “East of Eden” aangekocht werk in “De Pont” en divers ander werk

Zijn mooiste platen zijn die, waar de enscenering er niet bovenop ligt en aan het beeld ook een onderliggend concept ten grondslag ligt en deze fotograaf dus het toeval naar zijn heeft hand weten te zetten. De vrouw met kind onder de douche vind ik een waanzinnig mooie plaat van zo’n eenvoud en zo uitgebalanceerd, dat je bijna niet kan geloven dat dit geënsceneerd is, zoals een paard niet te ensceneren valt!

Zo krijgt hij het voor elkaar om, door wat luchtigheid van een Dumas er doorheen te mixen de kijker te doen geloven dat goddelijk toeval toch bestaat.

Russisch atelier aan de Amstel.

Van 23 november 2013 tot 5 januari 2014 vond in De Hermitage Amsterdam de expositie Russisch atelier aan de Amstel plaats. De expositie, die samenvalt met de afsluiting van het Nederland-Rusland jaar, toont recent werk van tien kunstenaars die hun roots hebben in Rusland maar al enige tijd wonen en werken in Nederland. In hun kunst worden verschillende thema’s belicht, zoals het soms nomadische internationale bestaan van de hedendaagse kunstenaar, migratie, de schakeling tussen twee werelden, herinneringen aan de tijd in Rusland en vragen rond identiteit. Onder de werken van Andrei Roiter, Slava & Marta, Gluklya, Marina Chernikova, Tatyana Yassievich, Masha Trebukova, Asia Komarova, Irina Popova en Julia Winter zijn schilderingen, fotografie, installaties en video’s.

De tentoonstellingRussisch atelier aan de Amstel”  is samengesteld door gastcurator Maarten Bertheux. Bertheux is oud-conservator van het Stedelijk Museum, waar hij nauw betrokken was bij de samenstelling van de tentoonstelling Binnen en Buiten de USSR (1990). In 2002 maakte hij de tentoonstelling Nederlandse kunst in het Hermitage Museum St. Petersburg. Als zelfstandig conservator heeft hij Sluizen. Change of Poles (met twaalf Nederlandse en tien Russische kunstenaars) opgezet, die als speciale tentoonstelling van de Moscow Biennale was te zien was.

This slideshow requires JavaScript.

Gefragmenteerde herinneringen door Maarten Bertheux

Alle kunstenaars die hun opleiding hebben gehad in het Sovjettijdperk waren bekend met de esthetische normen van het sociaal-realisme. Dit was de enige kunstvorm die door de culturele autoriteiten werd getolereerd, Voor de kunstenaars was er nauwelijks een alternatief. Informatie over contemporaine kunst buiten de Sovjet- Unie was vrijwel niet te vinden en een streng visumbeleid zorgde ervoor dat contacten beperkt bleven. Aansluiting bij de inter-nationale kunst was nagenoeg onmogelijk, omdat de kunst in dienst moest staan van politieke onderwerpen en moest voldoen aan esthetische eisen. Een individuele benadering was alleen binnen die vastgestelde regels toegestaan, De stelregel van het sociaal-realisme was dat in een realistische en dus toegankelijke stijl de goede resultaten van de Sovjetpolitiek geïllustreerd moesten worden. Dat leidde tot idealistische taferelen met blijde gezichten van boeren tijdens het oogsten, een hardwerkende arbeider in de fabriek of soldaten die een harde strijd leverden tegen vijandelijke troepen. Alle kunstenaars waren verplicht zich aan te sluiten bij kunste-naarsverenigingen, zodat de officiële bestuurders konden controleren of zij voldeden aan de sociaal-realistische canons. Alleen wie zich conformeerde kwam in aanmerking voor toewijzing van een atelierruimte of kreeg opdrachten of de gelegenheid deel te nemen aan exposities.

lees hier de volledige tekst door Maarten Bertheux 

Na de tentoonstelling is een boekje gemaakt over deze tentoonstelling door art director Willem van Dalen. Ik maakte de portretten van de kunstenaars en fotografeerde het werk zoals het in de Hermitage hing.

This slideshow requires JavaScript.